Grijze bananeneter Westelijke goegoeko
Ringmaat: 8 mm
Wetgeving: N.V.T.
Wetenschappelijk: Crinifer piscator
Afrikaans: Gestreepte Piesangvreter
Engels: Western Grey Plantain-eater
Frans: Touraco gris
Duits: Schwarzschwanz-Lärmvogel
Taxonomische status: full species
TSN: 555345
Ondersoorten: geen

Verspreiding in de natuur
Zuidelijk Mauritanië, Senegal- Gambia, Sierra Leone en de kust van Liberia oostwaarts tot aan de Centraal-Afrikaanse Republiek (bijna tot aan de grens met Zuid-Soedan); ook verspreid in Congo en de Democratische Republiek Congo, stroomafwaarts van de Congo-rivier ten zuiden van Stanley Pool.
Beschrijving
De vogel is ongeveer 50 cm, staart van 23 cm inbegrepen. De kop, kruin, teugels, kin, keel en wangen zijn donkerbruin; de kuif heeft smalle, puntige veren ongeveer 4 cm lang, donkerbruin met witachtige randen; zijkanten van de nek en bovenborst donkerbruin, met zilverachtige waas en strepen; bovenrug zilvergrijs met donkerbruine vlekken; vleugeldekveren grijs met donkerbruine schachten en een vlek aan de punt, en smalle lichtgrijze randen; stuit en bovenstaartdekveren grijs met donkere schachten; middelste staartveren grijs, overgaand in donkerbruin aan de punt, de rest van de staart zwartbruin; secundaire en primaire dekveren zwartbruin; primaire veren zwartachtig, flanken en onderstaartdekveren wit, met grijze veerbasissen en bruine schachtstrepen tot 2 mm breed een grote dikke citroengele snavel met een groenachtige basis; donkerbruine ogen; bruinzwart poten en voeten.
Juveniele lijken op de volwassen exemplaren, maar de kuif is korter.
Is nauw verwant aan de oostelijke bananeneter (Crinifer zonurus) , waarmee als soortgenoot wordt beschouwd.
Biotoop en voedsel
Statuut
Bijzonderheden
Orde: Musophagiformes
Familie: Musophagidae
Geslacht: Crinifer
Kleed: ziet er het hele jaar hetzelfde uit
Lengte: ongeveer 50 cm
gewicht:
Geslachtsrijp:
Legperiode:
Ei
Afm. bxh (mm x mm):
Kleur:
Textuur
Aantal/nest:
Broedduur:
nalegsel:
Vliegvlug:
****************************************************************************************************************************************

Kweekverslag: de grijze bananeneter of westelijke goeroeko door Johan Convens
Uiterlijk is deze toerako heel anders dan de anderen.
Met hun gele snavel, vind ik persoonlijk, dat ze iets weg hebben van een roofvogel.
In 2011 kocht ik een koppel. Ze waren open geringd. Waarschijnlijk was het nog wildvang. Op het DNA certificaat stond dat ze gesekst werden in 2008.
Ze waren toen redelijk bang.
Ik heb ze geplaatst in een volière van 5,5m op 2m en 2m hoog. Er staan een dichte conifeer en een vijgenboom in. Er loopt een beekje met waterplanten doorheen.
Het binnenhok is 1,5m op 1,5m. Ze komen alleen binnen om te eten.
In de winter, als het vriest, komen ze zelf binnen.

De eerste 2 jaar was er geen ei te zien.
Omdat het nogal grote vogels zijn heb ik een nieuwe volière bijgebouwd die 60cm hoger was. Ik dacht dat ze zich daar beter zouden voelen.
Toen ik ze verplaatste heb ik veren getrokken en opgestuurd om het DNA opnieuw te controleren.
Enkele dagen later vind ik een ei op de grond. Ze zitten alleen in de volière dus het kan alleen van hen zijn. Het nieuwe DNA verslag komt dan ook, uitslag: 2 mannen. Toch maar contact opgenomen met het labo en vermeld dat we een ei hadden gevonden. Het ei was stuk maar er moest een vrouwelijke bij zijn.
Ze gingen het nakijken. Eerst proberen zonder nieuwe veren op te sturen.
Ik kreeg 14 dagen later de bevestiging dat het een koppel is. Het klopte met de DNA papieren die ik al had. Ze hebben telefonisch contact met me opgenomen en zich geëxcuseerd. Blijkbaar is het bij de grijze moeilijker om DNA te onderzoeken. Ik heb de onderzoeken niet moeten betalen.

Ik was tevreden dat het een koppel was. Maar door de verhuis van volière was ook de kweek voor dat jaar gedaan. In het najaar heb ik ze toch maar terug verhuist.
In de conifeer die er stond had ik ook een mand opgehangen en half maart had ik al 3 eieren. Ze broeden een 26-tal dagen. Er werden 2 jongen geboren, het derde ei was onbevrucht.
We kregen 2 dagen later nog nachtvorst , en zelfs sneeuw.
Al snel volgde een nieuwe ronde.

Nu was het al juni en weer 2 jongen.
De waterplanten in de volière waren hard gegroeid. Er is een soort dotterbloem die in bloei stond. Ze werd volledig kaal gevreten om de jongen te voeren. Van het fruit werd de appel niet opgegeten maar wel de blauwe bessen, papaya en ook witloof en andijvie.
De jongen worden mooi groot. De ouders beschermen hen als ik in de volière kom. De man vliegt naar mijn hoofd. Ze hebben ook een speciale roep.
Ik kan één van de jongen ruilen om een onverwant koppel te maken. Eén koppel gaat naar Pakawi Park (Olmense zoo).

Er komt nog een volgende ronde maar de waterplanten zijn niet terug gegroeid. Eén van de jongen sterft en het andere breng ik met de hand groot.
Zo gaat het verder met elk jaar enkele jongen.
Als ik chicorei bij geef, als de jongen er zijn, wordt daar veel van gevoederd.
Er moet genoeg groen voer zijn want anders voeren ze gras en dit verteert niet.
Ook bij een collega is het al gebeurd dat de maag vol gras zit.
Helaas sterft de pop in de winter van 2023.
Ik heb ondertussen een ander koppel.

Vorig jaar kreeg ik telefoon van de bioloog van de zoo met de vraag of ik ervaring had met bananeneters groot te brengen onder een andere soort.
Witkuif of roodkuif jongen onder een andere toerako is meestal geen probleem. Maar die jongen zijn zwart. Je moet al heel wat jongen gezien hebben om het verschil te zien. De jongen van de bananeneter zijn echter grijs met een wit buikje.
Ze kregen deze info van een andere zoo.
Persoonlijk had ik voor handopfok gegaan.

Ze hebben een witwang toerako die zit te broeden en die eieren moeten dezelfde tijd uitkomen.
14 dagen later krijg ik een filmpje van die witwang toerako met jonge bananen eter er onder. De witwang is tam en ze kunnen het goed opvolgen.
Omdat bananeneters ook veel planten eten voeren ze hibiscus bij op het nest. Maar na 10 dagen melden ze dat hij bijna niet groeit. Ik raad aan om A21 of A19 met een spuitje bij te voeren. Enkele dagen later zit er niet veel beterschap in.
Ik raad aan om verder handopfok te doen. Maar in de zoo is het niet altijd gemakkelijk om ’s avonds nog iemand te vinden die kan voeren.
Dus stel ik voor dat ik het wel wil proberen. Er moet eerst wel toelating gevraagd worden aan de grote baas.
Na overleg vermeld ik uitdrukkelijk dat ik mijn best zal doen maar dat ik niet kan toveren.

Zo komt de jonge toerako bij mij. Het is er niet goed mee. De volgende dag wil hij zijn bek niet open doen. Voorzichtig dwing ik hem toch wat te eten. Zijn buikje rommelt en hij is redelijk winderig voor zo’n klein vogeltje.
Ik meng een beetje poeder voor darmontsteking onder zijn papje.
Het zal moeilijk worden.
De volgende dag ga ik met een bang hartje kijken. Hij leeft nog maar is zwak. Het is nog altijd gedwongen voeren. Ik geef ongeveer elk uur 0,5ml.
’s Avonds doet hij zelf zijn bekje terug open en kan ik hem 1ml voeren.
De volgende morgen heeft hij grote honger. Zo zie ik hem elke dag beteren.
Maar eerst moet hij zijn A19 papje eten. Hij is gek op een blaadje sla maar ook op banaan en papaya.

Na 14 dagen komt er een vriend langs die veel ervaring heeft met bananeneters. Hij vertelt me dat zijn jongen al na 14 dagen zo groot zijn als deze. En hij is een maand oud. Ja, door ziek te zijn heeft hij heel wat achterstand opgelopen. Nog enkele dagen later begint hij zelf ook te eten. Omdat ik zeker wil zijn dat hij voldoende binnen krijgt, voer ik nog bij.
Naar jaarlijkse gewoonte ga ik met de chiro op voorwacht met enkele van de oudleiding om de kampplaats op orde te zetten.
De vogelverzorgster van Pakawi park komt hem halen. Als ze zelf op vakantie gaat komt hij nog even terug.
Na 2 maanden gaat hij definitief naar Pakawi park.
Ondertussen weten we dat het een mannetje is en hebben we nog voor een vrouwtje kunnen zorgen. Zodat ze nu 2 koppels hebben.
Zo zie je dat dierentuinen en hobby mensen mekaar perfect kunnen helpen.
Johan Convens

