Groene toerako of Guinee-toerako
Ringmaat: 8 mm kunststofring
Wetgeving: Cites Bijlage B appendix II
Wetenschappelijk: Turaco persa
Afrikaans: Rooistreeploerie
Engels: Green turaco
Frans: Touraco vert
Duits: Guineaturako
Citaat: (Linnaeus, 1758)
Taxonomische status: full species
Status in de natuur: LC (minste zorg)
TSN: 555325
Ondersoorten
- Tauraco persa persa: Ivory Coast to Ghana and Cameroon
- Tauraco persa zenkeri: southern Cameroon to Gabon, northern Angola, Congo and northwestern Democratic Republic of the Congo
- Tauraco persa buffoni: Senegambia to Liberia



Verspreidingsgebied en ondersoorten
- 1 Tauraco persa persa:
Ivoorkust tot Ghana en Kameroen
- 2 Tauraco persa buffoni:
Senegambia tot Liberia
- 3 Tauraco persa zenkeri:
Kameroen, Gabon, Angola, Congo, Zaïre
De ondersoorten verschillen voornamelijk in de koptekening:
de nominaatvorm persa heeft de breedste en langste witte lijn onder het oog (die zich uitstrekt tot achter het oog), en vaak een licht roodachtige tint aan de uiteinden van de kuifveren;
zenkeri heeft een smalle en korte witte lijn onder het oog, een vage paarse tint aan de uiteinden van de kuif;
Bij buffoni is de witte streep onder het oog over het algemeen afwezig of nauwelijks zichtbaar, en heeft de kuif vaak geen rode of paarse uiteinden
Beschrijving
De groene toerako heeft een kuif van een kwajongen die dagen vergeten heeft zijn haren te kammen.
In de gebieden waar ze voorkomen zijn zij rijkelijk vertegenwoordigd. De gebieden liggen in het westelijk deel van Afrika. Volgens de gegevens uit het "Handbook of the Birds of the World" komt in Gabon van een legsel van twee eieren slechts één vogel tot wasdom. Het tweede jong is zeer spoedig verdwenen.
Biotop en voedsel
Ze voeding zich met vruchten en bloesems.
Statuut
minste zorg
Bijzonderheden
Orde: Musophagiformes
Familie: Musophagidae
Kleed: zien het hele jaar hetzelfde uit
Lengte: 40-43 cm
gewicht:
Geslachtsrijp:
Legperiode:
Ei
Afm. bxh (mm x mm):
:
Textuur
Aantal/nest:
Broedduur:
nalegsel:
Vliegvlug:
Kweekverslag
(De Tauraco persa Buffoni wordt ook wel groenkuif of groene toerako genoemd)
De Buffon's toerako is een van de drie "groene" toerako's uit Senegal, Gambia en Liberia.
Dit soort lijkt veel op de persoon die later voorkomt. Nog zuidelijker wordt zijn plaats opgenomen door de zenkeri toerako.
De Buffons toerako is een van de minst opvallende toerako's, maar als je de kans krijgt om het soort eens van dichtbij te aanschouwen te zijn, zul je versteld staan van de geweldige kleuren paars en groen die deze vogel draagt, buiten de bekende rode vleugelpennen.
In 2004 heb ik een koppel persa Buffoni's volledige omdat dit soort nog niet in de collectie aanwezig was. Dit koppel hebben we geprobeerd te laten broeden.
In het voorjaar van 2005 zat de pop heel rustig, stilletjes en bol in elkaar. Later bleek dit legnood te zijn en ze overleefde het niet. Dat was schrikken. Na veel zoekwerk en bellen kon ik eindelijk een heel jonge Boffoni kopen bij een vogelhandelaar in Honselersdijk. Laten we seksen, en ja hoor, het was een pop.
Toen bij de man zat en het klikte direct. Wat was ik blij dat die twee het zo goed met elkaar konden vinden. Nu maar afwachten! In 2006 gebeurde er niets. Dus, dan maar verwachten wat 2007 gaat brengen.
Grote verrassing; begin januari is er een vogel zoek. Buiten onder de struiken gezocht, maar niets te vinden. Het nestkastje zit nogal hoog en dus samengesteld ik een trapladdertje en ja hoor, daar zat de dame.
Op 8 januari was er het eerste ei en op 10 januari het tweede; maar broeden was er niet bij. De eieren eruit gehaald en in de broedmachine gelegd. In het nest legde ik twee kunsteieren maar het kwam niet echt tot broeden. Maar ja, ze zijn nog zo jong, ik kan het begrijpen. De eieren uit de broedmachine een paar keer bekeken. Er was een lichte bevruchting, maar het werd niets.
Het paar liet het er niet bij zitten en er werd een tweede poging gedaan. Op 13 en 15 februari waren er mooie weer twee eieren. Weer werd er niet gebroed en dus verplaatste de eieren opnieuw naar de broedmachine en werden er twee kunsteieren in het nest gelegd. Na twee dagen gingen de vogels toch zitten, maar voor ik de echte eieren kon terugplaatsen, stappen ze weer van de eieren af. De eieren uit de broedmachine waren wel wat verder ontwikkeld, maar uiteindelijk zijn ze voor het resultaat toch afgestorven.
Zelfs na deze tweede mislukking was het paartje niet van plan het erbij te laten zitten en vaak waren ze met elkaar aan het snavelen.
Op 7 en april werden er weer eieren gelegd en nu geslagen het stel direct aan het broeden. Dit was dus de derde keer. Nu maar verwachten van dit derde beensel vrucht was. Ik was zo benieuwd wat er zou worden. Nergens waren er doppen te zien, dus op 30 april ik weer het trapje en ging in het nestkastje kijken. En ja hoor, twee hele mooie, donzige kuikens bij pa en ma Buffoni. Na twee weken werden de vogels licht en ook dat ging heel goed. Nog een week later zat de jongen op de grond en dat is toch wel erg koud. Ik plaatste een trapje en na een paar uur zat ze al, naast pa en ma, bij de voerbak. Na weer een week zat er 's morgens een te gapen, niet erg lekker; kou gevat. Het was ook slecht weer. De schrik sloeg me om het hart en ik dacht: "dat gaat niet goed." Nu moet ze eruit komen. Wij hebben dat gedaan en de vogels allebei apart in een verwarmd hok gezeten. De zieke vogel werd behandeld met Baytrill en hij knapte zienderogen op. Toen werden beide vogels samen in een groter hok, dat ook verwarmd kon worden, geplaatst en ze groeiden voorspoedig op.
De ouders vonden dat ze hun jongen wel erg snel kwijt waren en ze besloten het nog maar eens te proberen. Op 13 juni kwam het eerste ei en de tweede volgde op 15 juni. Na netjes 3 weken te hebben gebroed zag ik op 7 juli weer twee heel mooie jongen. 2 Weken later werden de vogels geringd en weer 1 week later verlieten ze het nest. Het trapje geplaatst en binnen een uur zat de jongen bij de voerbakjes. Natuurlijk was het weer koud, maar deze keer plaatste ik een ultra rode warmtelamp, schuin aan de buitenkant boven. Ze gingen lekker in de warmtestraal zitten. Dat duurde zo 10 dagen en daarna ging ze verder naar boven waar het warmer was. Ze groeien als kool. De volgende stap die gezeten moest worden was het uitvangen en laten seksen van de vogels. De eerste twee jongen zijn mannetjes.
En nu een oproep aan alle toerako-liefhebbers. Nu er geen import meer mogelijk is, is het belangrijk om te weten welke soorten er bij de liefhebbers gehouden worden. Als er onvoldoende kennis aanwezig is, kunnen er onverwante koppels zijn, waarmee men verder kan groeien, samengevoegd worden. Op die manier kunnen we het uitsterven van het soort bij de liefhebbers voorkomen.
Wim van Seters.
Verspreidingsgebied

